Naar de inhoud
Online Toets Maken

Kennisbank › Vragen schrijven

Afleiders verzinnen is het moeilijkste deel en dit is waarom

Een afleider die niemand kiest doet niets. Waar je goede afleiders vandaan haalt en hoe je na afname ziet welke er nog aan hangen zonder functie.

15 mei 2026 4 minuten lezen

Het goede antwoord bedenken kost een minuut. Je kent de stof, je weet wat er moet staan. Daarna moet je er drie verzinnen die fout zijn maar niet zomaar fout en daar gaat een halve middag in zitten.

Dat is geen gebrek aan talent. Het is de aard van het werk: een afleider moet aantrekkelijk zijn voor wie het niet weet en onmiddellijk verwerpelijk voor wie het wel weet. Die twee eisen tegelijk halen is lastig.

Wat een afleider moet doen

Een afleider heeft één taak: hem kiezen als je de stof niet beheerst. Alles wat daar niet aan bijdraagt is opvulling.

Daaruit volgt de meetlat. Na de eerste afname kijk je hoe vaak elke afleider gekozen is. Is dat nul keer, dan heeft die optie niets gedaan. Hij heeft alleen leestijd gekost en de vraag makkelijker gemaakt, want de deelnemer had feitelijk een vraag met drie opties in plaats van vier.

Een afleider die door twee procent van de groep wordt gekozen doet nog steeds bijna niets. In onderzoek naar meerkeuzevragen heet een optie die door minder dan vijf procent van de deelnemers gekozen wordt een niet-functionerende afleider. In een analyse van zeven toetsen in het medisch onderwijs bleven per vraag gemiddeld anderhalve werkende afleider over en had maar 13,8 procent van de vragen er drie. Die vijf procent is een bruikbare grens om te bepalen wat je vervangt. Zie slechte vragen herkennen na afname voor hoe je dat afleest.

Vier plekken waar goede afleiders vandaan komen

Verzinnen aan je bureau levert de zwakste afleiders op. Deze vier bronnen leveren betere.

De fouten die je in de praktijk ziet. Wat gaat er in het echte werk mis bij dit onderwerp? Die verkeerde handelwijze is je beste afleider, want hij is aantrekkelijk om een reden.

De vragen die je in je training krijgt. Elke misvatting die een deelnemer ooit hardop uitsprak is een afleider. Houd tijdens je trainingen een lijstje bij, dat is de goedkoopste vragenbank die bestaat.

Het antwoord dat wel klopt maar op een andere vraag. De juiste definitie van een naburig begrip werkt goed, want wie de twee door elkaar haalt trapt erin en wie het onderscheid kent niet.

De open variant van je eigen vraag. Stel je vraag één keer als open vraag aan een groep en gebruik de foute antwoorden die je terugkrijgt. Dit is de methode die de beste afleiders oplevert en de enige die geen giswerk is.

Wat een afleider niet moet zijn

Grapjes. Een optie die duidelijk als scherts bedoeld is, wordt door niemand gekozen en telt dus niet mee. Je hebt de vraag makkelijker gemaakt om een glimlach die je toch niet ziet.

Absolute uitspraken. Opties met altijd, nooit, alle of uitsluitend zijn bijna altijd fout en geoefende deelnemers weten dat. Ze strepen zulke opties weg zonder de stof te kennen. Hetzelfde geldt omgekeerd voor verzachtende woorden als meestal en doorgaans, die juist naar het goede antwoord wijzen. Gebruik ze in alle opties of in geen enkele.

Te dicht op de sleutel. Twee opties die alleen verschillen in een detail waar je vraag niet over gaat, leveren discussie op en meten niets. Als jij er zelf twee keer naar moet kijken, is hij te fijn.

Onzin uit een ander domein. Een optie die niets met het onderwerp te maken heeft, kiest niemand.

De praktische ondergrens: liever drie goede dan vier

Als je maar twee overtuigende afleiders kunt bedenken, houd het dan op drie opties in totaal. Dat is verdedigbaar en het werkt beter dan een vierde optie die als vulling dienstdoet. Zie meerkeuzevragen schrijven, waar staat wat het onderzoek over het aantal opties zegt.

Wat je met de vrijgekomen tijd doet: er een vraag bij schrijven. Twee vragen met drie opties zeggen meer dan één vraag met vier, omdat je meer stof aftast en het toeval over meer vragen wordt uitgesmeerd.

Onderhoud je afleiders na elke afname

Een vragenbank is geen eenmalig project. Na elke ronde van vijftig of meer deelnemers is er iets te leren.

  1. Kijk per vraag hoe de antwoorden verdeeld zijn over de opties.
  2. Markeer afleiders die vrijwel niemand koos.
  3. Markeer afleiders die vaker gekozen zijn dan de sleutel. Daar is iets anders aan de hand: je sleutel klopt niet, of de vraag is dubbelzinnig, of je hebt de stof in je cursus onduidelijk uitgelegd.
  4. Vervang wat je markeerde en houd de rest.

Dat derde punt levert vaak de nuttigste ontdekking van de hele toetsanalyse op. Een afleider die massaal wordt gekozen is geen slechte afleider, het is een aanwijzing dat je les niet is aangekomen.

Ook nuttig als je niet aan grote groepen toetst

Bij vijf deelnemers per jaar kun je niet rekenen. Dan blijft de vuistregel: schrijf je afleiders uit de fouten die je in de praktijk ziet en laat één collega de vraag maken zonder de stof erbij. Wat hij kiest en waarom hij dat kiest, vertelt je genoeg. Je kunt de vraag ook door de vragenkeurder halen, die de mechanische weggevers eruit haalt.

Zet je vragen meteen online

Met Online Toets Maken maak je een toets met meerkeuze, waar of niet waar, kort antwoord en open vragen. Deel hem met een link en zie per vraag hoeveel deelnemers hem goed hadden. Je eerste 10 afnames zijn gratis.

Gratis toets maken