Naar de inhoud
Online Toets Maken

Kennisbank

Cesuurrekenaar

Vul het aantal vragen en het aantal antwoordopties in en zie wat een gokker haalt, waar de zakgrens komt te liggen na gokcorrectie en hoe groot de kans is dat iemand die alles raadt toch slaagt.

De cesuur is de grens tussen geslaagd en gezakt. Waar die grens ligt is een besluit van jou, maar er is één ding dat je in dat besluit moet meenemen en dat je niet uit je hoofd uitrekent: wat het toeval al oplevert.

Vul hieronder in hoe je toets eruitziet. Alles rekent in je eigen browser, er wordt niets verstuurd.

De cesuurrekenaar

Vul in hoeveel vragen je toets heeft en hoeveel opties elke vraag telt. Je ziet wat iemand haalt die alles gokt, waar de zakgrens komt te liggen als je daarvoor corrigeert en hoe groot de kans is dat een gokker toch slaagt.

De gokcorrectie werkt zo: van het totaal trek je eerst de score af die je met blind raden al krijgt. Van wat overblijft moet iemand het ingestelde percentage goed hebben.

Hoe deze berekening werkt

Bij twintig vragen met vier opties heeft iemand die alles blind invult gemiddeld vijf goed. Die vijf punten zijn geen kennis maar kansrekening. Als je de grens op 55 procent van het totaal legt, vraag je in werkelijkheid om zes goede antwoorden bovenop wat het toeval al gaf.

Daarom trekt de gokcorrectie eerst die verwachte gokscore van het totaal af en legt de beheersingseis over wat overblijft. Wat er dan overblijft heet het meetbereik: de handout over toetslengte, antwoordmogelijkheden en cesuurbepaling van de Universiteit Utrecht rekent het uit als de toetslengte min de raadkansscore. De Hogeschool Utrecht adviseert in haar handreiking over cesuurbepaling in dezelfde geest om de grens hoger te leggen naarmate deelnemers meer punten kunnen gokken.

Het tweede getal, de kans dat een gokker toch slaagt, komt uit de kansverdeling van het aantal goede antwoorden. Die kans daalt hard als je toets langer wordt en als je vragen meer opties hebben. Dat is de belangrijkste reden om een eindtoets niet uit acht juist-onjuistvragen te laten bestaan.

Wat de rekenaar niet weet

Hij kent je vragen niet. Twee dingen wijken in de praktijk af van de berekening.

Deelnemers gokken zelden blind. Ze strepen eerst weg wat onzin is en als je afleiders zwak zijn ligt de werkelijke raadkans hoger dan één gedeeld door het aantal opties. Zie afleiders verzinnen.

En de rekenaar zegt niets over de vraag of je toets het juiste meet. Een toets waarvan de grens keurig is onderbouwd kan nog steeds de verkeerde dingen vragen. Zie wat je toets echt meet.

Verder lezen

De achtergrond en de drie manieren om een grens te kiezen staan in de cesuur bepalen. Wat raden precies met een uitslag doet staat in wat raden oplevert. Hoeveel vragen je nodig hebt voordat een uitslag iets betekent staat in waarom een toets van vijf vragen weinig zegt.