Naar de inhoud
Online Toets Maken
Toetsen in een online cursus

Een toets is geen quiz met een cijfer eronder

Je hebt een cursus gemaakt en je wilt er een toets bij. Niet omdat het moet, maar omdat je wilt weten of het is aangekomen. Op deze site staat hoe je die toets opzet: welke vraag je stelt, hoe je afleiders verzint die ergens op slaan, waar de zakgrens komt te liggen en wanneer een uitslag genoeg zegt om er iets aan te verbinden.

Nakijken begint bij de vraag
Gereedschap

Begin bij de vraag welk vraagtype je nodig hebt

Vier keuzes over wat je wilt weten, hoe groot je groep is, wat er aan de uitslag hangt en hoeveel nakijktijd je hebt. Daaruit volgt een advies dat je kunt afdrukken.

De vraagtypekiezer

Vier vragen over jouw situatie. Je krijgt terug welk vraagtype past, hoeveel vragen je ongeveer nodig hebt en waar het bij die keuze misgaat. Alles rekent in je eigen browser en je kunt het advies afdrukken.

01Wat wil je vaststellen?
02Hoeveel mensen maken de toets per ronde?
03Wat hangt er aan de uitslag?
04Hoeveel nakijktijd heb je per deelnemer?

Heb je je vragen al staan, haal ze dan langs de vragenkeurder. En wil je weten waar de zakgrens hoort te liggen, gebruik de cesuurrekenaar, die laat ook zien hoe vaak iemand die alles gokt er toch doorheen komt.

Alle artikelen

Het register

01 Fraude bij een toets die iemand thuis alleen maakt Meekijksoftware is een zware oplossing voor een probleem dat de meeste cursussen niet hebben. Waar het risico echt zit, welke maatregelen wel iets doen en wanneer toezicht wel te verdedigen is. In de praktijk 4 min 02 Het verschil tussen "fout" en uitleggen waarom Een rood kruisje leert niemand iets. Hoe je feedback per antwoordoptie schrijft, wanneer je hem toont en waarom de feedback bij een fout antwoord meer werk verdient dan bij een goed antwoord. In de praktijk 4 min 03 Na de eerste afname zie je pas welke vraag niet deugt Itemanalyse zonder statistiekboek: de p-waarde, de Rir-waarde en het aantal keer dat elke afleider gekozen is. Wat die drie getallen je vertellen en wanneer ze te weinig zeggen. Wat je toets waard is 5 min 04 Waarom een toets van vijf vragen weinig zegt Betrouwbaarheid in gewone taal. Wat er misgaat bij korte toetsen, hoeveel vragen je per leerdoel nodig hebt en wanneer meer vragen niet meer helpen. Wat je toets waard is 4 min 05 Wat raden oplevert en wat je daaraan doet Bij twintig vragen met vier opties haalt een gokker gemiddeld vijf goed. Hoe groot de kans is dat hij toch slaagt en welke correcties werken. Beoordelen en cesuur 4 min 06 De cesuur bepalen: waarom 55 procent geen natuurwet is De grens tussen geslaagd en gezakt is een keuze die je onderbouwt, niet een getal dat vaststaat. Drie manieren om die grens te bepalen en op te schrijven. Beoordelen en cesuur 4 min 07 Open vragen nakijken zonder in willekeur te vervallen Een antwoordmodel, een beoordelingsschaal en een paar afspraken met jezelf. Zo blijft de vijftigste correctie hetzelfde waard als de eerste. Vraagtypen 5 min 08 Woorden die je vraag verklappen zonder dat je het merkt Altijd, nooit, alle bovenstaande en het langste antwoord: de patronen waarmee een deelnemer je toets haalt zonder de stof te kennen. Vragen schrijven 4 min 09 Afleiders verzinnen is het moeilijkste deel en dit is waarom Een afleider die niemand kiest doet niets. Waar je goede afleiders vandaan haalt en hoe je na afname ziet welke er nog aan hangen zonder functie. Vragen schrijven 4 min 10 Een meerkeuzevraag schrijven die niet zichzelf verraadt De stam, de opties en de volgorde. Praktische regels voor meerkeuzevragen, plus de test die in vijf seconden laat zien of je vraag deugt. Vragen schrijven 4 min 11 Acht vraagtypen naast elkaar: wat ze meten en wat ze kosten Meerkeuze, meerdere juist, open, sleepvragen en casussen vergeleken op wat ze meten, hoeveel nakijkwerk ze kosten en hoe fraudegevoelig ze zijn. Vraagtypen 4 min 12 Oefentoets of eindtoets: hetzelfde gereedschap, andere instellingen Tussentijds toetsen om te leren en aan het eind toetsen om vast te stellen zijn twee verschillende dingen. Wat je per soort anders instelt. Waarom je toetst 4 min 13 Van leerdoel naar toetsvraag zonder gokwerk Je toetst wat je hebt opgeschreven. Hoe je van een vaag leerdoel een werkwoord maakt dat je kunt waarnemen en hoe je daar vragen aan ophangt. Waarom je toetst 4 min 14 Waarom je eigenlijk toetst: onthouden, aantonen of selecteren Drie redenen om een toets in je cursus te zetten, die alle drie om een andere toets vragen. Kies er één voordat je de eerste vraag schrijft. Waarom je toetst 4 min 15 Als er een certificaat aan hangt, verandert je toets Een deelnamebewijs zegt dat iemand er was. Een certificaat zegt dat iemand iets kan. Wat die tweede belofte aan eisen stelt aan je toets, je administratie en je reglement. In de praktijk 4 min 16 Wat je toets echt meet en wat je denkt dat hij meet Betrouwbaarheid en validiteit zijn twee verschillende dingen. Een toets kan perfect consistent meten en toch het verkeerde meten. Hoe je het verschil in je eigen toets terugvindt. Wat je toets waard is 4 min 17 De praktijkopdracht: het enige dat laat zien of iemand het kan Een opdracht die op het echte werk lijkt, met een beoordelingsmodel dat je vooraf schrijft. Hoe je hem afbakent, hoe je hem beoordeelt en hoe je voorkomt dat het een cijfer voor moeite wordt. Vraagtypen 4 min 18 Vragen husselen en een vragenbank opbouwen Volgorde husselen, opties husselen en per deelnemer een andere set trekken zijn drie verschillende maatregelen met drie verschillende gevolgen. Wat elk doet en wat het je kost. In de praktijk 4 min