Een toets is geen quiz met een cijfer eronder
Je hebt een cursus gemaakt en je wilt er een toets bij. Niet omdat het moet, maar omdat je wilt weten of het is aangekomen. Op deze site staat hoe je die toets opzet: welke vraag je stelt, hoe je afleiders verzint die ergens op slaan, waar de zakgrens komt te liggen en wanneer een uitslag genoeg zegt om er iets aan te verbinden.
Zes onderwerpen, in de volgorde waarin je ze tegenkomt
Onthouden, aantonen of selecteren: drie doelen die om een andere toets vragen. En hoe je van een leerdoel bij een vraag komt.
3 artikelen 02 VraagtypenMeerkeuze, meerdere juist, open, sleepvragen en casussen naast elkaar: wat ze meten, wat ze kosten en waar ze voor deugen.
3 artikelen 03 Vragen schrijvenDe stam, de opties en vooral de afleiders. Plus de formuleringen waarmee je je eigen vraag onbedoeld weggeeft.
3 artikelen 04 Beoordelen en cesuurVanaf welk percentage is iemand geslaagd, wat raden oplevert en hoe je punten toekent zonder willekeur.
2 artikelen 05 Wat je toets waard isBetrouwbaarheid in gewone taal, het aantal vragen dat je nodig hebt en hoe je na afname ziet welke vraag niet deugt.
3 artikelen 06 In de praktijkFeedback per antwoord, herkansingen, fraude bij een toets die iemand thuis alleen maakt en wat je aan de uitslag mag verbinden.
4 artikelenBegin bij de vraag welk vraagtype je nodig hebt
Vier keuzes over wat je wilt weten, hoe groot je groep is, wat er aan de uitslag hangt en hoeveel nakijktijd je hebt. Daaruit volgt een advies dat je kunt afdrukken.
De vraagtypekiezer
Vier vragen over jouw situatie. Je krijgt terug welk vraagtype past, hoeveel vragen je ongeveer nodig hebt en waar het bij die keuze misgaat. Alles rekent in je eigen browser en je kunt het advies afdrukken.
Heb je je vragen al staan, haal ze dan langs de vragenkeurder. En wil je weten waar de zakgrens hoort te liggen, gebruik de cesuurrekenaar, die laat ook zien hoe vaak iemand die alles gokt er toch doorheen komt.