Waarom je eigenlijk toetst: onthouden, aantonen of selecteren
Drie redenen om een toets in je cursus te zetten, die alle drie om een andere toets vragen. Kies er één voordat je de eerste vraag schrijft.

De meeste toetsen in online cursussen zijn achteraf toegevoegd. De lessen stonden er, de cursus was af en toen bleek dat er iets aan het eind moest komen. Zo ontstaat een quiz van acht vragen die niemand kan zakken en die niemand iets leert.
Dat is jammer, want een toets kan drie heel verschillende dingen doen. Welke van de drie je kiest bepaalt hoeveel vragen je nodig hebt, hoe streng je bent en wat je met de uitslag doet.
Toetsen om te laten onthouden
Deze reden wordt het vaakst over het hoofd gezien. Een vraag beantwoorden is zelf een leermoment. Wie iets uit zijn geheugen moet opdiepen, onthoudt het beter dan wie het nog een keer leest: in onderzoek in echte klaslokalen scoorden leerlingen op stof die tussendoor was overhoord maanden later hoger dan op stof die ze alleen hadden herlezen. Daarom werkt een korte vragenronde na elke les beter dan een samenvatting aan het eind van die les.
Toets je hiervoor, dan gelden er andere regels. De vragen mogen makkelijk zijn. Er hoeft geen cijfer aan te hangen. Onbeperkt herkansen is geen probleem maar het doel. En de feedback per antwoord is belangrijker dan de score, want daar zit het leren.
Wat je hier vooral niet doet: de uitslag bewaren en er later iets aan verbinden. Zodra iemand denkt dat het meetelt, gaat hij anders antwoorden en verlies je precies het effect dat je zocht.
Toetsen om te laten aantonen
De tweede reden is de meest voorkomende bij trainingen: je wilt kunnen zeggen dat iemand de stof beheerst. Niet om hem te vergelijken met anderen, maar om vast te stellen dat hij een bepaalde grens haalt.
Dit heet een criteriumgerichte toets en het is de vorm waar bijna elke cursusmaker bij uitkomt. De uitslag is geslaagd of niet geslaagd. Iedereen kan slagen, ook de hele groep tegelijk, want je vergelijkt met de stof en niet met elkaar.
Voor deze vorm heb je genoeg vragen nodig om een uitslag te kunnen verdedigen, een vooraf vastgelegde grens en vragen die daadwerkelijk over de leerdoelen gaan. Zie hoeveel vragen een toets nodig heeft en de cesuur bepalen.
Toetsen om te selecteren
De derde reden komt buiten het onderwijs weinig voor, maar hij bestaat: je wilt de beste tien van honderd aanmelders, of je wilt weten wie je nog niet toelaat tot het vervolg. Nu vergelijk je mensen wel met elkaar.
Dit is het verschil tussen een absolute en een relatieve grens. De handout over de uitslag van de Universiteit Utrecht beschrijft het zo: bij een absolute grens ligt het ijkpunt in de inhoud van de toets, bij een relatieve grens in de prestaties van de groep.
Hiervoor heb je vragen nodig die onderscheid maken, dus vragen die de ene helft goed heeft en de andere niet. Een vraag die iedereen goed beantwoordt is voor dit doel waardeloos, terwijl diezelfde vraag bij het aantonen van beheersing juist prima werkt. Dat is het scherpste verschil tussen doel twee en doel drie.
Zit je in deze categorie, kijk dan naar hoe je na afname ziet welke vraag onderscheid maakt.
Waarom je maar één doel per toets kunt hebben
Je kunt de drie doelen niet in één toets stoppen. Een toets die moet laten onthouden is mild, herhaalbaar en zonder gevolgen. Een toets die iets moet aantonen is streng, eenmalig en heeft een grens. Een toets die selecteert heeft vragen nodig die de helft van je deelnemers niet haalt.
Wat wel kan en wat de meeste goede cursussen doen: meerdere toetsen met elk hun eigen doel. Korte kennischecks per les zonder cijfer en aan het eind één toets die telt. De deelnemer merkt het verschil aan de toon en aan wat je erover schrijft.
Wat je opschrijft voordat je begint
Vier regels in een document en de rest wordt makkelijker.
- Waar dient deze toets voor: onthouden, aantonen of selecteren.
- Welke leerdoelen dekt hij en welke bewust niet.
- Wat gebeurt er met de uitslag: niets, een score, een certificaat, toegang tot het vervolg.
- Hoe vaak mag iemand opnieuw.
Die vierde vraag komt gegarandeerd van je eerste deelnemer. Beantwoord hem voordat hij gesteld wordt, zie fraude en herkansing bij toetsen die mensen thuis maken.
De onderliggende vraag: wat mag iemand hierna
Toetsen wordt pas ongemakkelijk als er iets aan vastzit. Zolang een quiz alleen een score op het scherm zet, kan hij rammelen zonder dat iemand er last van heeft. Zodra er een papiertje uitrolt of iemand op grond van de uitslag ergens wordt toegelaten, verandert de vraag van "is dit leuk" in "kan ik dit uitleggen".
Die overgang is het moment om terug te gaan naar je leerdoelen en te controleren of je vragen daar echt over gaan. Zie van leerdoel naar toetsvraag. En als er een document volgt, lees dan ook wat je daarop wel en niet mag zetten in certificaat of deelnamebewijs.
Zet je vragen meteen online
Met Online Toets Maken maak je een toets met meerkeuze, waar of niet waar, kort antwoord en open vragen. Deel hem met een link en zie per vraag hoeveel deelnemers hem goed hadden. Je eerste 10 afnames zijn gratis.
Gratis toets maken