Naar de inhoud
Online Toets Maken

Kennisbank › In de praktijk

Het verschil tussen "fout" en uitleggen waarom

Een rood kruisje leert niemand iets. Hoe je feedback per antwoordoptie schrijft, wanneer je hem toont en waarom de feedback bij een fout antwoord meer werk verdient dan bij een goed antwoord.

21 augustus 2026 4 minuten lezen

De meeste toetsen in leerplatformen doen hetzelfde: je klikt op verzenden, er verschijnt een groen vinkje of een rood kruisje en een percentage. De deelnemer weet nu dat hij zeven van de tien had. Wat hij niet weet is welke gedachte hem bij die drie fouten heeft gebracht.

Dat is jammer, want een toets is een van de weinige momenten waarop iemand echt aandacht heeft. Hij heeft net nagedacht, hij heeft een keuze gemaakt en hij wil weten of die klopte. Daar kun je iets mee.

De vraag als leermoment

Dat toetsen niet alleen meet maar ook helpt onthouden is een van de beter onderbouwde bevindingen uit onderzoek naar leren. In experimenten van Roediger en Karpicke onthielden deelnemers die de stof een keer probeerden op te halen uit hun geheugen na een week meer dan deelnemers die dezelfde tijd hadden besteed aan herlezen, terwijl die tweede groep vlak na het leren juist beter presteerde. Een overzicht daarvan staat in hun artikel over toetsen in de klas.

Voor jouw cursus betekent dat vooral iets voor de oefenvragen tussendoor. Die zijn er niet om een cijfer op te leveren maar om mensen de stof te laten ophalen en dan is wat er ná het antwoord staat het belangrijkste deel. Zie ook oefentoets of eindtoets.

Feedback per optie, niet per vraag

De meeste platformen laten je bij een gesloten vraag drie soorten tekst invullen: één bij goed, één bij fout en één per antwoordoptie. Die laatste is de enige die echt werkt.

Bij "fout, het juiste antwoord is B" moet de deelnemer zelf uitzoeken waar zijn redenering afsloeg. Bij feedback per optie kun je hem daar rechtstreeks op aanspreken:

  • Optie A gekozen: je kijkt naar de opzegtermijn van het contract. Die geldt hier niet, want de overeenkomst is al beëindigd. Kijk naar wat er over de nawerking staat.
  • Optie C gekozen: dit klopt in de situatie van hoofdstuk 2, maar in deze casus is er geen schriftelijke bevestiging. Dat is precies het verschil.

Je schrijft dus per afleider op welke denkfout hem aantrekkelijk maakt. Dat kost tijd en het is meteen de beste kwaliteitscontrole die er is: kun je bij een afleider niet opschrijven waarom iemand hem zou kiezen, dan is het geen afleider maar vulling. Zie afleiders verzinnen.

Ook bij het goede antwoord iets zeggen

Bij een goed antwoord volstaat vaak één zin, maar niet "Goed zo!". Bevestig kort waarom het goed is, want een deel van de mensen dat het juiste antwoord aankruiste deed dat om de verkeerde reden of door te gokken.

"Klopt: de termijn begint te lopen op het moment van ontvangst, niet op de verzenddatum." Die zin is nuttig voor iedereen, ook voor wie hem al wist.

Wanneer laat je de feedback zien

Hier verschilt het antwoord per soort toets.

Bij oefenvragen: meteen na elke vraag. Het moment waarop iemand nog weet waarom hij koos is het enige moment waarop de uitleg beklijft.

Bij een eindtoets met gevolgen: na afloop en dan niet met de goede antwoorden erbij als je de vragen wilt hergebruiken. Toon per onderwerp hoe iemand het deed, plus een verwijzing naar de les die erbij hoort. Wie mag herkansen, weet dan waar hij moet zitten. Zie vragen husselen en een vragenbank.

Bij een toets waar een certificaat aan hangt: houd er rekening mee dat wie zakt inzage wil. Bepaal vooraf wat je laat zien en houd dat voor iedereen gelijk.

De vragen die je niet met een tekstje afdoet

Bij open vragen en praktijkopdrachten kun je geen feedback vooraf klaarzetten. Daar geldt iets anders: schrijf op wat er in het antwoord ontbrak ten opzichte van je beoordelingsmodel, niet wat je van het antwoord vond.

"Je noemt de eerste twee stappen goed. De derde, het vastleggen van de afspraak, staat er niet in. Dat is de stap die in de praktijk het vaakst wordt overgeslagen." Dat is bruikbaar. "Kan beter" is dat niet. Zie open vragen nakijken.

Hoeveel werk is dit

Reken op vijf tot tien minuten per gesloten vraag als je feedback per optie schrijft. Bij dertig vragen is dat een dag werk, eenmalig, voor iets dat bij elke deelnemer opnieuw zijn werk doet.

Je hoeft niet bij alles te beginnen. Neem de vragen waar je deelnemers het vaakst op struikelen, dus de vragen met de laagste score in je itemanalyse en schrijf daar eerst feedback bij. Dat zijn de vragen waar de meeste mensen iets aan hebben.

Eén ding om niet te doen

Zet geen feedback in die de deelnemer vertelt hoe hij het deed ten opzichte van anderen. "Je scoorde onder het gemiddelde van deze groep" voegt niets toe aan wat iemand moet gaan doen en bij kleine groepen is het bovendien een uitspraak over drie of vier mensen. Vertel liever wat er nog niet zat en waar dat staat.

Zet je vragen meteen online

Met Online Toets Maken maak je een toets met meerkeuze, waar of niet waar, kort antwoord en open vragen. Deel hem met een link en zie per vraag hoeveel deelnemers hem goed hadden. Je eerste 10 afnames zijn gratis.

Gratis toets maken