Vragenkeurder
Plak je meerkeuzevraag met de antwoordopties en zie welke weggevers erin zitten: verklappende woorden, een te lang juist antwoord, overlappende opties en de raadkans.
Een vraag die niet deugt is meestal niet fout. Hij is verklappend: iemand die de stof niet kent kan er toch doorheen komen, omdat het juiste antwoord langer is, omdat er "altijd" in een afleider staat of omdat twee opties elkaar overlappen.
Plak je vraag hieronder met de antwoordopties eronder, wijs aan welke goed is en kijk wat er blijft staan. Alles gebeurt in je eigen browser, er wordt niets verstuurd.
De vragenkeurder
Plak je vraag met de antwoordopties. Je krijgt terug wat een deelnemer eruit kan afleiden zonder de stof te kennen. Er gaat niets naar een server: het rekenwerk gebeurt in je eigen browser.
Nog niets gekeurd. De keurder let op afleiders die niemand kiest, verklappende woorden, negatieve formuleringen, opties die uit de toon vallen en de raadkans.
De patronen waar hij op let komen uit de gangbare regels voor het schrijven van meerkeuzevragen, waaronder de item-writing guide van de NBME, die absolute woorden, een juist antwoord dat opvalt door zijn lengte, grammaticale aansluiting, herhaalde woorden uit de stam en verzamelopties allemaal als fouten benoemt.
Waar de keurder op let
- De stam. Is de vraag zo geformuleerd dat iemand hem met afgedekte opties zou kunnen beantwoorden, staat er een ontkenning in en is de aanspreekvorm consequent.
- Absolute en verzachtende woorden. Altijd, nooit en uitsluitend maken een optie bijna altijd onwaar. Meestal en doorgaans wijzen juist naar het goede antwoord. Zie verklappende vraagteksten.
- De lengte van het juiste antwoord. De bekendste weggever: het goede antwoord krijgt alle nuance mee en de afleiders blijven kaal.
- Overlappende opties. Als optie C helemaal in optie D zit, kan een deelnemer terecht klagen dat er twee goede antwoorden zijn.
- Verzamelopties. "Alle bovenstaande" en "geen van bovenstaande" meten iets anders dan je denkt.
- Parallelle opbouw. Hoofdletters, leestekens en woorden die in elke optie terugkomen.
- De raadkans. Bij vier opties komt een gokker gemiddeld op een kwart. Zie wat raden oplevert.
Wat de keurder niet doet
Hij weet niet waar je cursus over gaat, dus hij kan niet zien of je vraag het juiste meet, of het antwoord dat je hebt aangevinkt klopt en of de afleiders inhoudelijk plausibel zijn. Dat blijft jouw werk. Zie afleiders verzinnen en wat je toets echt meet.
Een vraag die er hier goed doorheen komt is dus niet automatisch een goede vraag. Hij is alleen een vraag zonder de weggevers die je zonder deelnemers al kunt zien. De rest zie je pas na de eerste afname.
Weet je nog niet of meerkeuze wel het juiste type is, begin dan bij de vraagtypekiezer.