Naar de inhoud
Online Toets Maken

Kennisbank › In de praktijk

Fraude bij een toets die iemand thuis alleen maakt

Meekijksoftware is een zware oplossing voor een probleem dat de meeste cursussen niet hebben. Waar het risico echt zit, welke maatregelen wel iets doen en wanneer toezicht wel te verdedigen is.

4 september 2026 4 minuten lezen

Zodra iemand een toets thuis maakt, kan hij zijn aantekeningen erbij pakken, een collega bellen of de vraag in een chatbot plakken. Dat is geen bedreiging van je cursus, dat is de situatie. De vraag is wat je ermee moet.

Het antwoord hangt volledig af van wat er aan de uitslag hangt. En die vraag wordt zelden eerst gesteld, waardoor mensen bij meekijksoftware uitkomen voordat ze hebben vastgesteld dat ze een probleem hebben.

Begin met wat er op het spel staat

Er zijn grofweg drie situaties.

Bij een cursus waar de deelnemer zelf iets van wil leren is fraude geen risico maar zelfbedrog. Wie zijn eigen oefentoets opzoekt in het lesmateriaal is aan het studeren. Doe niets.

Bij een cursus waar de werkgever betaalt en een deelnamebewijs wil zien, is het risico beperkt tot iemand die zich eraan wil onttrekken. Vervelend, maar de schade blijft binnen de organisatie die ervoor betaalt.

Bij een toets die toegang geeft tot werk, tot een register of tot een certificaat waar anderen op vertrouwen, verandert de zaak. Dan is de vraag niet meer of iemand vals speelt, maar of jij kunt uitleggen dat je hebt vastgesteld dat de persoon die het certificaat draagt de toets zelf gemaakt heeft. Zie wat een certificaat aan eisen toevoegt.

Wat toezichtsoftware wel en niet is

Online proctoring betekent dat software tijdens de toets meekijkt via camera en scherm en gedrag markeert dat op fraude kan wijzen. Het is in het Nederlandse hoger onderwijs toegestaan bevonden. De rechtbank Amsterdam wees in juni 2020 in kort geding de bezwaren van studenten tegen het gebruik van Proctorio door de Universiteit van Amsterdam af en in hoger beroep kwam het gerechtshof tot hetzelfde oordeel: de afname met online proctoring was in lijn met de AVG.

Dat oordeel ging over een universiteit met een examenreglement, een privacyfunctionaris, een verwerkersovereenkomst, een bewaartermijn en een alternatief voor studenten die bezwaar maakten. Die hele omgeving hoort erbij. Camerabeelden van iemands woonkamer zijn persoonsgegevens en je hebt een grondslag nodig, een bewaartermijn, een afspraak met de leverancier en een uitlegbare noodzaak.

Voor een training van een dagdeel is dat een zware constructie. Bovendien lost het maar één ding op, namelijk of iemand tijdens de afname alleen zat. Het zegt niets over of de vragen vooraf zijn rondgegaan.

Maatregelen die wél werken en niets kosten

De meeste winst zit in het ontwerp van de toets, niet in bewaking.

Toets zo dat opzoeken niet helpt. Een vraag naar een definitie is met opzoeken in tien seconden opgelost. Een casus waarin de deelnemer een situatie moet beoordelen en zijn keuze moet onderbouwen niet. Zie vraagtypen naast elkaar.

Maak de toets open boek en zeg het erbij. Dat klinkt als opgeven, maar het is een keuze die je toets eerlijker maakt: iedereen heeft dezelfde hulpmiddelen en jij kunt de vragen erop aanpassen. Het haalt bovendien het onbedoelde voordeel weg van de deelnemer die zich niets van je regels aantrekt.

Trek elke deelnemer een andere set vragen. Uit een vragenbank van tachtig items twintig vragen trekken maakt doorgeven een stuk minder aantrekkelijk. Zie vragen husselen en een vragenbank.

Zet er een tijdslimiet op die krap maar redelijk is. Genoeg tijd om te denken, te weinig om alles op te zoeken. Test hem zelf en tel er ruim bij op voor wie langzamer leest.

Vraag om iets persoonlijks. Een opdracht waarin de deelnemer zijn eigen werk beschrijft is niet te kopiëren en niet te genereren, want de gegevens komen uit zijn eigen praktijk.

En de tekstgeneratoren

Voor open vragen is dit het echte punt geworden, niet het gluren bij de buurman. Een vraag die om een algemene uitleg vraagt levert een keurig antwoord op zonder dat er iemand heeft nagedacht.

Er is geen betrouwbare manier om zo'n antwoord achteraf aan te wijzen en software die beweert dat wel te kunnen, wijst ook onschuldige mensen aan. Beschuldig dus niemand op grond van een detector. Verander liever de vraag: laat de deelnemer redeneren over zijn eigen situatie, over een casus die jij hebt geschreven en die nergens anders staat, of over materiaal dat hij tijdens de cursus zelf heeft gemaakt.

Herkansen zonder dat het een gratis tweede poging is

Een herkansing is normaal en verstandig. Iemand kan een slechte dag hebben. Leg vooraf drie dingen vast.

Hoeveel pogingen. Twee is gebruikelijk, drie kan, oneindig niet. Bij oneindig veel pogingen wordt raden een strategie: wie de toets vaak genoeg opnieuw doet, komt er uiteindelijk doorheen. De cesuurrekenaar laat zien hoe snel dat gaat bij een korte toets met vier opties.

Met welke vragen. Bij voorkeur andere vragen uit dezelfde bank. Dezelfde toets herhalen meet vooral of iemand zich zijn eerdere antwoorden herinnert.

Met welke wachttijd. Een dag ertussen is redelijk. Het voorkomt dat iemand meteen doorklikt en het geeft de kans om te herlezen.

Verwacht bij een herkansing een lagere spreiding in de uitslag: de mensen die het goed deden zitten er niet meer bij. Dezelfde toetsservice die richtlijnen voor itemanalyse publiceert wijst erop dat betrouwbaarheidsmaten bij een herkansingsgroep daarom lager uitvallen. Trek dus geen conclusies over de kwaliteit van je vragen uit een herkansing.

Zet je vragen meteen online

Met Online Toets Maken maak je een toets met meerkeuze, waar of niet waar, kort antwoord en open vragen. Deel hem met een link en zie per vraag hoeveel deelnemers hem goed hadden. Je eerste 10 afnames zijn gratis.

Gratis toets maken