Naar de inhoud
Online Toets Maken

Kennisbank › Waarom je toetst

Van leerdoel naar toetsvraag zonder gokwerk

Je toetst wat je hebt opgeschreven. Hoe je van een vaag leerdoel een werkwoord maakt dat je kunt waarnemen en hoe je daar vragen aan ophangt.

20 maart 2026 4 minuten lezen

De snelste manier om een slechte toets te maken is beginnen bij de vragen. Je bladert door je lessen, pikt er feiten uit die zich makkelijk laten bevragen en hebt na een uur vijftien vragen. Vraag daarna eens aan jezelf wat die vijftien vragen samen aantonen. Meestal is het antwoord: dat iemand de eerste twee lessen aandachtig heeft gelezen.

De omgekeerde volgorde kost meer denkwerk vooraf en veel minder reparatie achteraf.

Schrijf leerdoelen op in waarneembare werkwoorden

Een leerdoel dat je kunt toetsen bevat een werkwoord dat je van buitenaf kunt vaststellen.

Bruikbaar: benoemt, berekent, kiest, stelt op, beoordeelt, herkent, past toe, onderscheidt, ordent. De handout over de constructie van open vragen van de Universiteit Utrecht zet zulke werkwoorden op een rij en koppelt ze aan het doelniveau dat je vraagt: beschrijven en opsommen bij reproductie, berekenen en oplossen bij toepassen, beoordelen en verdedigen bij evalueren.

Onbruikbaar: begrijpt, weet, is zich bewust van, heeft inzicht in, kent het belang van.

Het verschil is niet taalkundig. "Beoordeelt of een klacht binnen de garantietermijn valt" kun je toetsen door een geval voor te leggen. "Heeft inzicht in de garantietermijn" kun je niet toetsen, want je kunt niet in iemands hoofd kijken. Je zou er een vraag bij verzinnen, maar dan verzin je stiekem alsnog het echte leerdoel.

Drie tot zes leerdoelen per cursus is voor de meeste trainingen genoeg. Meer is niet grondiger, het maakt alleen de toets langer.

Bepaal per leerdoel welk niveau je vraagt

Vraag je om iets te herkennen, iets toe te passen of iets te beoordelen? Dat bepaalt de vraagvorm meer dan het onderwerp.

  • Herkennen en benoemen. Feiten, begrippen, stappen. Meerkeuze werkt hier prima en kost je niets aan nakijkwerk.
  • Toepassen. Een kort geval waarin de deelnemer de regel moet gebruiken. Ook dit kan meerkeuze zijn, mits de opties allemaal denkbare uitkomsten zijn.
  • Beoordelen en afwegen. Hier heb je een casus met een onderbouwing nodig, of een open vraag. Meerkeuze kan het wel benaderen, maar dan meet je of iemand het goede oordeel herkent en niet of hij het zelf maakt.

Dat verschil is niet erg, zolang je het weet en het niet groter maakt dan het is. Zie de vergelijking van vraagtypen.

Maak een toetsmatrijs, ook als het er twee regels zijn

Een toetsmatrijs klinkt zwaar. In de praktijk is het een tabelletje met je leerdoelen in de linkerkolom en het aantal vragen ernaast. Meer niet.

Het effect is groot. Je ziet meteen dat leerdoel 1 zeven vragen heeft en leerdoel 4 geen enkele, omdat leerdoel 4 lastiger te bevragen was. Dat is precies de scheefheid die je met een matrijs opspoort en zonder matrijs nooit ziet.

Vuistregel voor de verdeling: geef elk leerdoel minstens drie vragen als je er iets aan wilt verbinden. Op één vraag per leerdoel kun je geen uitspraak baseren, want dan hangt de uitslag aan die ene vraag en de toevallige formulering ervan.

Schrijf de vraag bij het leerdoel, niet bij de les

Een veelgemaakte fout is vragen schrijven met de les erbij. Je pakt zinnen over, de vraag gaat over de tekst en niet over de vaardigheid. Deelnemers die de les uit hun hoofd kennen slagen, deelnemers die het onderwerp al beheersten uit hun werk zakken. Dat is een teken dat je je eigen tekst toetst.

Werk andersom: leg de les weg, lees het leerdoel, bedenk in welke situatie iemand dit in het echt zou moeten doen en maak daar de vraag van. Ga daarna pas terugbladeren om te controleren of het antwoord ergens in je cursus staat.

Staat het er niet, dan heb je twee opties: de vraag schrappen of de les aanvullen. Allebei goed, zolang je niet toetst wat je niet hebt behandeld.

Controleer je dekking met een simpele test

Leg je toets naast je leerdoelen en beantwoord twee vragen.

Kan iemand slagen zonder leerdoel 3 te beheersen? Dan wegen je vragen niet in verhouding tot wat je belangrijk vindt. Kan iemand zakken terwijl hij alle leerdoelen beheerst? Dan zitten er vragen in die iets anders meten: leestempo, jouw formuleringen of toevallige details.

Die tweede situatie herken je vaak pas na de eerste afname, aan vragen die goede deelnemers massaal fout hebben. Zie slechte vragen herkennen na afname.

En dan pas de vragen schrijven

Nu heb je een lijst leerdoelen, een aantal vragen per leerdoel en per vraag een niveau. Vanaf hier is vragen schrijven ambachtelijk werk in plaats van gokken. Begin bij meerkeuzevragen schrijven, want dat is het type waar de meeste cursussen op leunen en waar het meeste misgaat.

Zet je vragen meteen online

Met Online Toets Maken maak je een toets met meerkeuze, waar of niet waar, kort antwoord en open vragen. Deel hem met een link en zie per vraag hoeveel deelnemers hem goed hadden. Je eerste 10 afnames zijn gratis.

Gratis toets maken